Wat is…

Waarom

Waarom
Veel kinderen in de grote steden spreken het Nederlands niet als moedertaal. Doordat zij het Nederlands op een latere leeftijd aangeboden hebben gekregen, hebben zij een achterstand ten opzichte van Nederlandstalige kinderen.
Vooral voor geschiedenis, aardrijkskunde en biologie hebben leerlingen een rijke woordenschat nodig. Leerlingen met een taalachterstand kunnen minder presteren op deze vakken omdat ze veel woorden in de lessen niet kennen.
Tijdens de zomervakantie spreken veel leerlingen alleen hun moedertaal of spreken tijdens het spelen op straat eenvoudig Nederlands. De pas geleerde schooltaal wordt niet gebruikt of uitgebreid. Hun taalontwikkeling staat stil of loopt zelfs terug.

De Zomerschool-Amsterdam is in 2009 gestart om iets te doen aan de stilstand of achteruitgang van de (school)taalontwikkeling door leerlingen drie weken lang een rijk taalaanbod te doen. De doelstellingen van dit programma zijn:
* Vergroten taalvaardigheid (woordenschat, lezen, schrijven, spreken)
* Vergroten kennis van de wereld (algemene ontwikkeling, canon-  en kerndoelen)
* Voorkomen stilstand of achteruitgang tijdens door de lange zomervakantie (beetje op de bank of op straat hangen)
* Bevorderen betrokkenheid bij de stad (de geschiedenis van de stad, samenleving – inburgering)
* Versterken sociale vaardigheden

Wie

Wie
Leerlingen die aan het eind van groep 7 zelf graag in de vakantie drie weken naar school gaan mogen meedoen aan de Zomerschool. Leerlingen moeten zelf graag willen, want om iets te kunnen leren moet de wil aanwezig zijn. Het is onze ervaring dat leerlingen tijdens de Zomerschool hard werken en er alles uit willen halen. Het thematische programma daagt leerlingen hiertoe ook uit.

Wat

Wat

Het thema van de Zomerschool is Kinderen van Amsterdam van 1100 tot heden.
We werken met het kinderboek Kinderen van Amsterdam van Jan Paul Schutten. In 9 hoofdstukken zien we Amsterdam vanuit het gezichtspunt van telkens een ander kind: hoe leefden en speelden ze, wat doen hun ouders, wat eten ze?

Zo wordt één hoofdstuk in het boek alles gezien vanuit het gezichtspunt van het jongetje Titus. Titus is de zoon van Rembrandt. We lezen hoe Titus leeft, wat hij meemaakt, wie zijn vrienden zijn, wat zijn vader doet en wie er bij hem thuiskomen.

Het boek is best moeilijk om te lezen. Daarom is door Marijke Kaatee een leerplan ontwikkeld om het boek toegankelijk te maken.  De woordenschat die is vereist om het boek te begrijpen, wordt gedurende de drie weken geleerd.

Per hoofdstuk in het boek wordt de woordenschat aangeboden en de inhoud voorbewerkt met beeldmateriaal voordat er wordt voorgelezen. Bij ieder hoofdstuk zijn verwerkingsopdrachten ontwikkeld die gericht zijn op de verwerking van de nieuwe begrippen en nieuwe kennis via schrijfopdrachten.

Alle opdrachten worden  verzameld in een taalportfolio dat na de zomervakantie wordt overhandigd aan de basisschool van de leerling. De leerlingen ontvangen na afloop een rapport en een diploma.

De leeractiviteiten vinden in de ochtend plaats van 9.00 – 13.00 uur. De middag is bestemd voor aanvullende activiteiten om de kennis te verdiepen via allerlei interessante excursies.

Opbrengsten - Meetbare resultaten

Resultaten
Tijdens de Zomerschool worden woordenschattoetsen afgenomen en alle schrijfopdrachten worden bekeken en beoordeeld. Op basis van het leerlingvolgsysteem krijgen leerlingen 1 uur per dag les op maat. Daarvoor verlaten leerlingen om 9 uur hun stamgroep en gaan naar een andere meester/juf waar zij met een klein groepje een uur werken aan hiaten. De leerlingen ontvangen aan het eind van de Zomerschool een rapport met een kort verslagje geschreven voor de leerling zelf. Een kopie van dit rapport gaat naar basisschoolleerkracht van de leerling.

Zachte resultaten/gegevens

Zachte resultaten/gegevens
Uit de evaluatie met ouders, leerlingen en hun leerkrachten van de basisschool komt naar voren dat de leerlingen door de Zomerschool meer bedreven zijn geworden in het schrijfproces zelf door steeds dezelfde stappen te herhalen.

De leerlingen hebben leren werken met digitale verwerkingsprogramma’s die gebruikt kunnen worden op basisschool en voortgezet onderwijs (WRTS, Thinglink) en worden hierdoor extra gemotiveerd voor schoolopdrachten.

Basisschoolleerkrachten signaleren dat leerlingen die de Zomerschool hebben gevolgd, na de zomervakantie de draad veel beter oppakken en niet de gebruikelijke zomerdip laten zien. Leerlingen en ouders melden:

  • door uitleg van een andere meester/juf en oefening snappen leerlingen opeens bepaalde onderdelen van rekenen of taal waar zij veel moeite mee hadden;
  • heel veel te hebben geleerd op het gebied van taal en rekenen in het algemeen;
  • veel woorden en uitdrukkingen in de Nederlandse taal geleerd;
  • voelen zich zelfverzekerder;
  • ervaren dat kennismaken met een nieuwe groep kinderen niet eng is en heel vanzelf gaat (goede ervaring voor na groep 8);
  • ervaren de manier van leren en werken heel prettig en zijn heel enthousiast over de geschiedenis van de stad geworden;
  • hebben in het middagprogramma kennis gemaakt met activiteiten die zij nog nooit hebben gedaan;
  • de kennis over de wereld en de geschiedenis van Amsterdam is vergroot.
Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid
Graag betrekken wij ouders bij de Zomerschool en het onderwijsprogramma.
Ouders kunnen informatiebijeenkomsten bijwonen over taal, rekenen en het voortgezet onderwijs. Voorafgaand aan de ouderbijeenkomsten wordt geïnventariseerd of zij specifieke vragen hebben, zodat deze tijdens de ouderbijeenkomsten kunnen worden beantwoord.
Ook wordt aan ouders gevraagd of zij mee willen met excursies naar de locaties waar ook hun kinderen naartoe zullen gaan. Het doel hiervan is dat ouder en kind samen over de bezochte musea kunnen praten.

Marijke Kaatee
Projectleider Zomerschool